Ome Wim

Wilhelmus Gerardus Hofstede
6 December 1920 ~ 9 January 2006

My Uncle Wim

Wim Hofstede, my fathers brother, had a strong connection to our family. As a Catholic priest (part of the Franciscan order) he was more than just an uncle.

I remember him as a person with a strong charisma and a great sense of humour. His father (my grandfather) died when he was very young. Much was expected of him, being the eldest in the family. He carried this responibility with a great sense of consienciousness and pride.

His life was centered around serving God and his approach towards religion was one of openess and devotion, I admired him tremendously for this.

Below is a text that was read by one of his friends and fellow priest during his funeral service. It is written in Dutch because I have not attempted the translation yet. It is beautifully written and gives a good understanding of his life and work.

In memoriam Wim Hofstede

by Jan Wouters ss.cc.

In 1955 schreef pater Hofstede in verband met de aanvrage van een studiebeurs een curriculum vitae. Hij was toen student aan de universiteit van Nijmegen. Ik lees u dit curiculum vitae voor:

Wilhelmus Gerardus Hofstede

Geboren te Oosterbeek 6 december 1920. Volgde daar het lager onderwijs van 1926 tot 1932. Moest van verdere studie afzien, omdat wegens het overlijden van vader de financiën daartoe ontbraken.

Was leerling metselaar op de ambachtschool te Arnhem. In September 1935 in de gelegenheid gesteld de priesterstudie te beginnen. Hij volgde aan het Missiehuis 'Pater Damiaan' te St.Oedenrode de humaniora, afgesloten met het Staatsexamen (Gymn. A) in 1942.

Studeerde na intrede in de Congregatie van de Paters der HH.Harten wijsbegeerte en godgeleerdheid aan het Groot-Seminarie van dezelfde Congregatie te Valkenburg (L.). Was daarna vier jaar als leraar werkzaam aan bovengenoemd Missiehuis.

Behaalde in 1952 de akte M.O. Nederlands A. Sinds 1952 student Nederlands aan de R.K. Universiteit te Nijmegen, waar hij Juli 1955 het candidaatsexamen hoopt te doen. Hoopt na beëindiging van universitaire studie functie van leraar Nederlands te hervatten.

Tot zover dit curiculum vitae. Het is een beknopt overzicht van het leven van pater Hofstede tot dan toe, maar het is ook een eenzijdig beeld: dat van de student Hofstede. Als kloosterling komt hij er nauwelijks in naar voren en als priester helemaal niet. In dit in memoriam zal ik dan ook proberen een wat vollediger beeld te schetsen.

Ik begin daarvoor weer bij de student Hofstede, student aan het klein-seminarie in Sint-Oedenrode. Daar studeerde hij van zijn 14de tot zijn 20ste. Hij was een bijzonder begaafd student. Op zijn cijferlijsten stonden voornamelijk negens, negenplussen en tien-minnen. Geen tienen! Die waren voor God en de leraar zoals dat heette. Hij kon ook goed toneelspelen en voordragen. Hij was de oudste van zijn klas en werd door zijn klasgenoten dan ook wel 'oudje' genoemd.

In september 1942 ging 'oudje' samen met zijn meer dan 20 klasgenoten naar het noviciaat in Bavel, om te zien of zij werkelijk geroepen waren tot het kloosterleven. Al gauw bewees Wim dat híj in ieder geval uit het goede hout was gesneden en na afloop van dat jaar werd hij zonder problemen aangenomen voor de professie.

Hij legde de kloostergeloften af op 24 september 1943 en nam daarbij als kloosternaam de naam Hyacint aan. De volgende dag vertrokken de pasgeprofesten naar het groot-seminarie in Valkenburg. Daar kreeg frater Hyacint al gauw een nieuwe bijnaam: 'Tulp'. Dié bijnaam is hij in het klooster nooit meer kwijtgeraakt. Voor ons was en bleef hij Tulp, maar vandaag noem ik toch maar gewoon Wim.

Wim doorliep de zes jaar studie in Valkenburg zonder moeilijkheden, met uitzondering van een nare onderbreking. Hij verbleef n.l. vanwege de oorlogsomstandigheden noodgedwongen meer dan een half jaar in Mijdrecht. Ook daar zat hij bepaald niet stil. Volgens een briefje van de plaatselijke pastoor was hij in die tijd 'druk in het ondergronds verzet'.

Tijdens de opleiding in Valkenburg was Wim volgens de jaarlijkse rapporten: solide, joviaal, netjes en beleefd, en wat de studie van filosofie en theologie betreft: elk jaar opnieuw cum laude. Na vijf jaar studie werd hij op 3 oktober 1948 priester gewijd en een jaar later kreeg hij zijn eerste benoeming: leraar Nederlands aan het kleinseminarie in Sint-Oedenrode en tegelijkertijd Nederlands studeren aan de universiteit in Nijmegen.

Als student was hij ook daar uitmuntend. Jammer dat hij op het eind van zijn studie zelf niet tevreden was over de scriptie die hij had geschreven. Hij zou zijn doctoraalexamen zeker cum laude of summa cum laude hebben gehaald, als hij zijn scriptie had ingediend.

Hij bleef dus 'gewoon' leraar, maar als leraar was hij wel ongewoon goed. Zijn lessen waren boeiend en Wim hoorde tot de beste van de leraren. Hij kon van het meest simpele gedicht nog een kunstwerkje maken door de manier waarop hij het voordroeg met zijn sonore stem.

Dit leraarschap duurde tot 1960. Wim raakte overspannen en vroeg om ander werk. Dat werd hem gegund en hij werd benoemd voor de parochie van de Heilige Harten in Nijmegen. Daarmee begon voor hem een heel ander leven, dat van pastor.

Hoewel dat leven meer dan 35 jaar omvat, kan ik er helaas niet uitvoerig op ingaan. Dit in memoriam zou veel te lang worden. Ik beperkt me dan ook tot het meest relevante zaken.

Wim was van 1960 tot 1965 werkzaam in de parochie van de Heilige Harten in Nijmegen. Hij was er eerst assistent en later kapelaan.

Toen werd hij door zijn provinciale overste gevraagd om legeraalmoezenier te worden. Wim had er niet veel zin in. Desondanks gehoorzaamde hij. Hij nam afscheid van de parochie, werd door een legerarts onderzocht en werd afgekeurd!

Binnen een maand vond hij een nieuwe standplaats, de Emmausparochie in Utrecht-Overvecht. Hij zou er iets meer dan tien jaar blijven. In die jaren bracht hij het van assistent tot kapelaan en van kapelaan tot plaatsvervangend pastoor. Die termen zeggen in onze tijd niets meer, maar voor toen geven ze aan dat Wim het zonder meer goed deed.

Op 1 januari 1976 kreeg Wim zijn derde en - zoals we nu weten - laatste benoeming: de parochie van de Heilige Martelaren van Gorkum in Huissen-'t Zand. Hij zou er haast 20 jaar aan verbonden blijven.

In die 20 jaren heeft men Wim leren als: rustig, gastvrij, belangstellend, niet uit de hoogte of zwevend, humoristisch, goedlachs. Hij had een grote belangstelling voor zijn parochianen en herinnerde zich jaren later nog de namen van kinderen die hij had gedoopt.

Wim leefde heel eenvoudig, had niet veel nodig om gelukkig te zijn, droeg geen dure kleding en joeg het geld niet over de balk, integendeel: hij wist de schulden van de parochie die hij bij zijn aantrede aantrof, volledig weg te werken.

Wat ook niet onvermeld mag blijven is, dat hij een van de initiatiefnemers is geweest van het samenwerkingsverband van de parochies Huissen-Stad, Huissen-'t Zand en Angeren. Al geruime tijd voordat in het bisdom samenwerkingsverbanden tussen parochies normaal werden, voorzag Wim al dat dit soort veranderingen onontkoombaar waren.

Tegen de tijd dat hij 70 werd, vond Wim dat hij het wat kalmer aan moest gaan doen. Bij die beslissing speelde zijn gezondheid een grote rol. Samen met zijn confrater Harrie van Dijk verhuisde hij naar Doornenburg. Van daaruit bleef hij part time werken in de parochie, nog twee jaar lang. Toen ging het echt niet meer. Op 1 januari 1996 legde hij zijn taken volledig neer.

Daarna heeft hij nog tien jaar kunnen genieten van zijn oude dag, van de ene kant daarbij ter zijde gestaan door buren, kennissen en vrienden, familie en confraters, van de andere kant het leven van anderen verrijkend met zijn aanwezigheid op vreugdevolle en droevige momenten.

Zijn gezondheid ging achteruit, maar hij leek zich daar niet zoveel van aan te trekken. Hij beweerde van zichzelf dat hij een van die krakende wagens was die het langst blijven lopen.

Daarom kwam het bericht dat Wim op 4 januari in het ziekenhuis was opgenomen wegens zware maagklachten en dat zijn situatie heel ernstig was, totaal onverwacht en hard aan. Wim onderging nog een maagoperatie en heel even was er sprake van enig herstel, maar de combinatie van de gevolgen van de maagperforatie, een zwak hart en een te hoge bloeddruk zijn Wim fataal geworden.

Op zondag 8 januari heeft hij het sacrament van de zieken ontvangen. Hij was totaal uitgeput, maar het afsluitende Onze Vader en het Wees Gegroet bad hij heel bewust mee. Daarna is hij vrij gauw in coma geraakt. De volgende dag, maandag 9 januari om hij 13.45 is hij overleden in het bijzijn van meerdere familieleden.

In een oud lied: 'Heer Jezus heeft een hofken' worden de schoon bloemen opgenoemd die daar staan te bloeien: de leliekens, de violetten, de purper roze, de goudebloem en de keizerskroon. In dit hofstedeke bloeit sinds een paar dagen een nieuwe, veelkleurige bloem, met de mooie naam Tulp. Dat Tulp er mag bloeien tot in eeuwigheid.